Ken je dat gevoel? De eerste twee of drie weken van het nieuwe schooljaar zitten erop. Je hebt stevig ingezet op groepsvorming én de afspraken die je met de groep gemaakt hebt. Je hebt veel aandacht besteed aan de routines die ervoor moeten zorgen dat het in jouw klas als een geoliede machine gaat lopen.
En dan ineens… lijken de kinderen alles wat je afgesproken hebt weer vergeten te zijn. Ze kletsen door elkaar heen tijdens de instructie, lopen door de klas alsof er geen afspraken bestaan en lijken “maar wat te doen”. Dit is typisch de stormingsfase: de fase waarin kinderen gaan aftasten of de regels en routines écht gelden. Grenzen worden opgezocht en afspraken worden op de proef gesteld.
En jij vraagt je af: Hoe kan dit? We hebben dit toch allemaal al besproken? De werkelijkheid is vaak simpeler (én confronterender): kinderen weten niet goed wat er van hen verwacht wordt. Niet omdat ze dat expres doen, maar omdat de routines in de klas nog niet stevig genoeg staan.
En precies dáár zit de sleutel. Want in de stormingsfase is het niet genoeg om afspraken één keer te maken; je moet ze samen blijven oefenen en inslijten. Routines vormen het anker dat kinderen houvast geeft in deze onrustige periode.
De kracht van routines
Routines zijn meer dan gewoontes. Ze vormen de onzichtbare leidraad die kinderen houvast geeft. Tom Bennett noemt ze in Regie in de klas (2022) de “architectuur van het klaslokaal”: de structuur die maakt dat je als leerkracht niet telkens opnieuw energie hoeft te steken in basale zaken.
Wanneer routines helder en ingeslepen zijn, weten kinderen precies:
- hoe ze binnenkomen,
- wat ze doen bij de dagstart,
- hoe ze schakelen tussen activiteiten,
- hoe ze met materiaal omgaan
- en hoe ze werken tijdens zelfstandige momenten.
Het resultaat? Rust en voorspelbaarheid.
Wat gebeurt er zónder routines?
In de stormingsfase – waarin groepen grenzen aftasten, hiërarchie zoeken en rollen verkennen – worden de zwakke plekken in het klassenmanagement genadeloos zichtbaar. Als routines nog wankel zijn, wordt dit het toneel van chaos.
- Overgangen duren eindeloos, want niemand weet wat er precies verwacht wordt.
- Tijdens instructie kletst iedereen door elkaar, want het beurtensysteem is niet geoefend.
- Bij zelfstandig werken ontstaan rijen kinderen naast je tafel, omdat ze geen stappenplan of “wat te doen als je vastloopt”-routine hebben.
Het lijkt misschien alsof kinderen zich niet aan de afspraken houden. Maar vaak ligt de oorzaak niet in onwil, maar in onduidelijkheid.
De Michaela-les: ordelijkheid is de norm
Wat Tom Bennett in Regie in de klas beschrijft als de ‘architectuur van het klaslokaal’ – routines die rust en duidelijkheid geven – zie je in de praktijk prachtig terug bij de Michaela School in Londen. Daar zijn routines tot in de puntjes ingeslepen: van hoe kinderen hun spullen pakken tot hoe ze door de gangen lopen. Niet om streng te zijn, maar om alle energie vrij te maken voor leren. Bennett beschrijft dit als “elke minuut telt”: kinderen hoeven niet telkens te raden wat de bedoeling is. Of zoals hij zelf zegt:
“Routines vormen de basis van goed gedrag. Het kost tijd om ze over te brengen en in te slijpen. Maar er is niets dat je tijd méér waard is.”
Als je merkt dat de stormingsfase uitloopt in onrust, is dat hét signaal om terug te grijpen naar de basis: routines oefenen, herhalen en opnieuw inslijten.
Een hulpmiddel hierbij is de T-kaart. Die maakt afspraken zichtbaar én concreet:
- Op de linkerkant van de kaart staat beschreven wat je wilt zien. Bijvoorbeeld: Ik kom rustig binnen. Ik pak de spullen die ik nodig heb. Ik begin meteen met mijn werk.
- Op de rechterkant staat wat je wilt horen. Bijvoorbeeld: Fluisterstem of Spionnenstem
Zo’n kaart helpt kinderen om hun gedrag te spiegelen: doe ik nu wat we afgesproken hebben? Het maakt routines tastbaar en geeft je als leerkracht een gezamenlijke taal om naar terug te grijpen.
Voorbeelden om mee te oefenen
Een paar praktische routines die je met de T-kaart kunt verduidelijken:
- Binnenkomen & starten: naar je plaats gaan, planning bekijken, starten met de opdracht.
- Lesovergang: spullen opruimen, wachten op signaal, door naar volgende taak.
- Zelfstandig werken: werken volgens stappenplan, welke materialenheb je op tafel, vragenkaartje/ vragenblokje gebruiken.
Door samen de T-kaart te maken én dit samen te oefenen, geef je kinderen een helder beeld van wat gewenst gedrag is. Koppel deze afspraken ook altijd aan de missie en de afspraken van de groep. Wanneer de ‘zo doen we dit, omdat dit helpt om onze missie te halen’ wordt het voor de kinderen veel meer betekenisvol.
Extra scherpte: tijd en taal
En juist in die stormingsfase is het belangrijk om niet alleen te vertrouwen op afspraken in algemene zin, maar om heel concreet te zijn in wat je van kinderen verwacht. Twee dingen maken daarin écht verschil:
Tijdsmanagement
Geef duidelijk aan hoeveel tijd een overgang of taak mag duren. “Over drie minuten zitten we allemaal weer op onze plek” is veel krachtiger dan “schiet eens op”. Een timer die zichtbaar terugtelt helpt kinderen om structuur te ervaren en maakt de overgang voorspelbaar.
Duidelijke instructies
Wees concreet in je taal. “Pak je taalboek en sla het open op bladzijde 10” is helder en uitvoerbaar. “Wees stil” of “doe rustig” is te vaag – kinderen weten dan nog steeds niet precies wat je bedoelt. Hoe specifieker je bent, hoe groter de kans dat het gewenste gedrag ook écht gebeurt.
Routines als anker in de storm
De stormingsfase hóórt erbij. Het is de fase waarin kinderen aftasten of de afspraken wel echt gelden. Juist dan zijn routines je anker. Door ze zichtbaar te maken, samen te oefenen en te blijven herhalen – eventueel ondersteund met de T-kaart – help je kinderen om zich veilig te voelen en verantwoordelijkheid te nemen.
Dus: als het stormt in je groep, zie het niet meteen als falen. Zie het als een signaal. Een uitnodiging om terug te grijpen naar die basis. Want routines zijn geen bijzaak – ze zijn de sleutel tot rust, focus en een klas die weet: zo doen we het hier samen.
Hoe stevig staan de routines in jouw klas? En welke T-kaart zou jou en je groep de komende weken kunnen helpen?
Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button:

