De laatste weken valt me tijdens observaties in verschillende groepen iets op. Terwijl een leerkracht vol aandacht zijn of haar instructie geeft, friemelen kinderen met pennendopjes, gummetjes of papiertjes. Blikken dwalen af naar buiten. Stoelen wiebelen. Een ander schuift nog snel even een potlood in het etui.

Kortom: er gebeurt van alles, behalve gericht luisteren. Vaak tot ergernis van de leerkracht, want je wilt zíén dat kinderen betrokken zijn bij jouw instructie.

En het mooie is: ik zie leerkrachten keihard werken. Ze maken afspraken, formuleren regels, laten kinderen meedenken… En toch blijft het onrustig. Ik geloof oprecht dat dit geen onwil is. Het is vaak een gebrek aan houvast. De regels zijn er wel, maar de routines die je nodig hebt om die regels (of afspraken) te kunnen uitvoeren, ontbreken.

Want als de afspraak is ‘wij luisteren naar de instructie’, wat is dan het startpunt?

Wat gaat er vóóraf aan goed kunnen luisteren? Wat verwacht je van kinderen? Hoe zitten ze? Wat ligt er op hun tafel?

Vaak denken we: maar dat weten ze toch wel? Uh, nee… dat weten ze dus niet. En daarom zul je het steeds opnieuw moeten uitleggen of (nog beter) er een duidelijke routine van maken.

Wat bedoelen we eigenlijk met ‘routines’ in het onderwijs?

Een routine is een vooraf afgesproken, ingeoefende en voorspelbare werkwijze waarmee kinderen én leerkrachten weten wat ze moeten doen, wanneer, hoe en op welke manier — zonder dat dit telkens opnieuw uitgelegd hoeft te worden.

Het is dus niet zomaar een regel op papier of een poster aan de muur, maar een gewoonte die is aangeleerd en herhaald, totdat… hij vanzelf gaat.

Gedrag moet je… leren

 Tom Bennett (Regie in de klas, 2022) beschrijft dit zo krachtig:

“Veel leraren gaan er onbewust vanuit dat kinderen weten hoe je je gedraagt. Maar net als bij rekenen en taal: gedrag moet je aanleren, voordoen en oefenen.”

En dat is eigenlijk heel geruststellend, toch? Het betekent dat de oplossing niet ligt in ‘streng zijn’ of ‘alles honderd keer moeten zeggen’, maar in duidelijk, voorspelbaar en herhaalbaar maken wat je van kinderen verwacht.

Hij vat het samen in de volgende punten:

‘Gedrag is geen kwestie van geluk, maar van ontwerp’

Goed gedrag ontstaat niet spontaan. Het is iets wat je plant, modelt en oefent. Duidelijke routines maken gewenst gedrag makkelijker dan ongewenst gedrag.

‘Regels en routines zorgen voor mentale rust’

Wanneer kinderen weten wat er gaat gebeuren, hoeven ze geen energie te steken in het continu scannen van de omgeving. Dát is precies wat je ziet wanneer kinderen rondkijken tijdens jouw instructie. In groepen waarin veel onveiligheid heerst, zie je dit nog sterker dan in groepen waar een veilig klimaat is. Veiligheid geeft ruimte voor focus. En veel kinderen hebben die mentale rust zó hard nodig, omdat ze vaak met een hoofd vol onrust naar school komen.

‘Een voorspelbare omgeving voelt veilig’

Onvoorspelbaarheid maakt kinderen alert, gespannen en sneller geneigd om vanuit impuls te reageren. Routines maken de klas voorspelbaar en dus veiliger.

‘Leerkrachten krijgen regie’

Routines zijn geen ‘extra’. Ze maken het echte werk mogelijk: een duidelijke en soepel lopende instructie. Hoe minder tijd je kwijt bent aan corrigeren, hoe meer tijd er ontstaat voor effectieve lessen én voor het bouwen aan relaties.

‘Routines bevorderen gelijkwaardigheid’

 Iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Geen willekeur, geen “bij haar mag het wel”. Helderheid voorkomt gedoe. Werk je met een duo? Zorg dan dat je verwachtingen hetzelfde zijn. Dat voorkomt gedoe en discussie.

‘Gedrag is een collectieve verantwoordelijkheid’

 Gedrag mag nooit afhangen van de stijl van een individuele leerkracht. Een school moet hierin samen optrekken. Alleen dan ervaren kinderen dezelfde duidelijkheid bij elke klas waar ze binnenlopen.

Maar waardoor dan die voortdurende onrust?

Wat ik in scholen zie, is dat veel kinderen het executief zwaar hebben. Ze willen echt wel opletten, maar hun brein is druk. Soms té druk.

En daar maken routines écht het verschil.

Executieve functies & routines: hoe het brein reageert op voorspelbaarheid

Binnen Breinhelden/Breinkrachten van de Bazaltgroep wordt het brein gezien als iets wat je kunt trainen, versterken en ondersteunen. Routines zijn daarbij geen luxe, maar een voorwaarde.

Hieronder een aantal executieve functies die veel zichtbaar gedrag in de klas  verklaren én hoe routines daarbij helpend kunnen zijn:

Inhibitie (Stopkracht)

Kinderen die wiebelen, friemelen, rondkijken…

Dat is geen onwil. Dat is een tekort aan remkracht: het vermogen om impulsen te onderdrukken.

Wat helpt? Routines rondom:

  • Hoe je start met luisteren
  • Wat je met je handen doet tijdens instructie
  • Hoe je op je stoel zit
  • Hoe materialen klaarliggen

Routines ontlasten de stopkracht omdat kinderen niet hoeven te bedenken wat de bedoeling is. Ze volgen een ingeoefend patroon.

Werkgeheugen (Onthoud- & Doekracht)

Veel kinderen vergeten wat je net hebt gezegd. Niet omdat ze niet luisteren, maar omdat hun werkgeheugen beperkt is.

Routines helpen omdat:

  • De stappen bekend zijn
  • De volgorde voorspelbaar is
  • Ze minder informatie hoeven vast te houden

Hoe minder denkbelasting op “het hoe”, hoe meer ruimte voor “de inhoud”.

Taakinitiatie (Startkracht)

Voor sommige kinderen is starten met een taak misschien wel het moeilijkste van de dag.

Routines voor starten = succes

  • Jij zegt: “Start.”
  • Kinderen pakken potlood + werkboek + openen op bladzijde …
  • Iedereen weet exact wat er gebeurt.

Deze voorspelbaarheid verlaagt de ‘startstress’.

Emotieregulatie (Gevoelskracht)

Een chaotische omgeving triggert stress. Stress triggert emotie. En emotie triggert gedrag. Als je dat weet, kun je ook bedenken wat duidelijke routines in een klas met kinderen doet. Routines brengen rust. Rust geeft regulatie en dát zorgt ervoor dat kinderen geconcentreerd kunnen luisteren en werken.

Planning & organisatie (Plan- & Regelkracht)

Kinderen die alles kwijt zijn, lang zoeken naar materialen of moeite hebben hun werk op orde te houden, varen op één ding: structuur.

Routines helpen door:

  • materiaal vaste plekken te geven
  • vaste werkroutines te gebruiken
  • overzicht te bieden

Het grote misverstand

Ik hoor nog weleens:
“Routines zijn streng.”
“Ze zijn star.”
“Je moet toch een beetje kunnen spelen?”

En mijn antwoord is altijd:
“Ja, dat kan….op heel veel andere momenten.”

Maar als je rust in jouw klas wilt en een fijn leerklimaat, dan zijn duidelijke routines écht een must. De ‘sausjes’ zijn voor alle andere momenten.

Want routines zorgen voor rust en ruimte om te leren. Ze geven jouw klas én jou als leerkracht houvast. En dat houvast levert uiteindelijk juist vrijheid op.wink

Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button: