De stormingsfase is in volle gang — en dat merk je niet alleen in de klas, maar zeker ook buiten op het plein. Vooral bij het voetballen ontstaan in deze periode vaak conflicten. Kinderen zoeken hun rol: wie neemt de leiding, wie mag meedoen, wie moet toegeven? De strijd om macht en status hoort er (helaas) bij.

Vaak begint de pauze nog gezellig met een potje voetbal, maar in de laatste minuten barst de bom: ruzies, frustratie, conflicten. En die energie neem je mee naar binnen. Terwijl jij als leerkracht eigenlijk gewoon door wilt met je les, beland je opnieuw in het oplossen van voetbalgedoe. Dat kost tijd, energie en rust.

 

De kracht van een T-kaart: concreet, zichtbaar en positief

Onlangs was ik op een school waar ze sinds dit schooljaar met Klasse(n)Pad werken en waarbij ik de school begeleid in de implementatie. In de missie van de groep stond onder andere: “We spelen en werken fijn samen.” Maar bij het voetballen ging dat lang niet altijd goed. Daarom maakten ze samen met de klas een T-kaart: Fijn voetballen.

*De afspraak ‘Niet beuken’ wilden ze eigenlijk nog positief formuleren. Maar in het gesprek kwamen ze er niet uit en bleek ‘niet beuken’ toch gewoon het duidelijkst te zijn. wink

Wat gebeurde er vervolgens?

  • Kinderen speelden elkaar bewust de bal toe in plaats van te verdringen.
  • Er klonken aanmoedigingen en complimenten.
  • Bij botsingen hielpen en troosten ze elkaar.
  • De leerkracht besprak vooraf wat er op de T-kaart stond en ging er na afloop samen met de kinderen op reflecteren.

Natuurlijk liep niet alles vlekkeloos. Er ontstond discussie over het verschil tussen sterke en minder sterke teams. Ook dát werd onderdeel van het gesprek. Uiteindelijk bedacht de leerkracht een oplossing: elke dag trekken ze twee beurtstokjes, en die kinderen mogen de teams maken. Zo wisselen de teams steeds en ontstaat er meer balans en spelplezier.

In eerste instantie waren sommige kinderen — vooral degenen die altijd in de sterke teams zaten — niet enthousiast. Maar ze besloten het een kans te geven. En het effect was verbluffend: binnen twee dagen was er minder strijd, meer plezier en veel meer rekening met elkaar. Ook in de klas merkte de leerkracht dat de rust toenam. Haar conclusie: “Dit had ik veel eerder moeten doen!”

Deze aanpak laat zien dat gedragsafspraken beter werken als ze zichtbaar en concreet zijn, én als kinderen zelf meedenken en mede-eigenaar worden van die afspraken.

Waarom dit werkt: theorie én praktijk

Gedrag op het plein of in de klas verandert niet alleen door regels, maar door cultuur. Tom Bennett schrijft in Creating a Culture dat succesvolle scholen duidelijkheid, consequentie en gedeeld normbesef nodig hebben om gedrag te sturen. Wachten tot er problemen ontstaan, werkt averechts — vooruitdenken, structuren inbouwen en verwachtingen expliciet maken is cruciaal.

Juist tijdens de pauze valt de vaste structuur van de klas weg. Dat maakt dat kinderen sneller botsen. Onderzoek en praktijkervaring laten zien dat een pauzeplan met duidelijke spelzones, keuzes en begeleiding kan helpen om buitenspelen veiliger en leuker te maken. Leraar24 geeft hier een praktische ideeën voor.

Heel concreet werkt het ook om een scheidsrechter-afspraak te hebben: wie fluit, die beslist. Dat stopt discussies meteen en herstelt de orde, zonder eindeloos gesteggel.

Praktische tips voor jouw pleinvoetbal-afspraken

  1. Laat kinderen meedenken over wat fijn voetballen is — niet alleen wat níet mag, maar vooral wat wél.
  2. Zet de regels zichtbaar neer: een T-kaart in de klas of een poster op het plein.
  3. Bespreek dagelijks na: wat ging goed, wat kan beter, wat doen we morgen anders?
  4. Werk met wisselende teams, zodat niet altijd dezelfde kinderen winnen of domineren.
  5. Maak een duidelijke scheidsrechter-afspraak: wie beslist, daar houden we ons aan.
  6. Begeleid het spel af en toe als coach of observator, zodat je subtiel kunt bijsturen.
  7. Koppel afspraken altijd aan waarden: het gaat niet alleen om rust, maar om respect, plezier en samen spelen.

En dan nog even dit…

Voetballen op het schoolplein is niet hetzelfde als voetballen bij de club. Regels zijn minder strak, emoties lopen hoger op en de groepsdynamiek is volop in beweging. Juist in de stormingsfase is het waardevol om hier bewust aandacht aan te besteden.

Met een T-kaart, eigenaarschap van leerlingen en heldere structuren maak je van wat ooit gedoe was, een succeservaring — voor kinderen én voor jezelf. En als je de pauze ingaat met de verwachting van plezier en verbinding in plaats van ruzies, dan weet je: dit werkt écht.

Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button: