Soms voelt het in een groep alsof je alles goed doet… en het toch niet loopt. Je instructie is helder. Je afspraken zijn duidelijk. Je bent consequent. En toch is er onrust. Gedoe. Of juist afhaken.

Wat mij dan altijd nieuwsgierig maakt, is niet: wat doen ze nou weer, maar:
Wat vertelt deze groep mij eigenlijk?

 

Afgelopen vrijdag gaf ik een training Human Dynamics aan een team. Een belangrijk onderdeel ging over kijken naar je groep als geheel. Niet naar losse kinderen, maar naar patronen. Naar wat je ziet gebeuren tussen kinderen, in de energie van de groep.

En precies daar viel bij veel leerkrachten een kwartje.

Gedrag wat we zien, vertelt namelijk iets over behoeften.

We kennen allemaal de drie basisbehoeften: autonomie, relatie en competentie. Elk kind heeft ze. Altijd. Maar welke behoefte op de voorgrond staat, verschilt. En dat hangt samen met hoe een kind in elkaar zit.

Vanuit Human Dynamics kijken we dan naar centreringen. In grote lijnen kun je zeggen:

  • sommige kinderen zijn meer van het denken
  • anderen meer van het voelen
  • weer anderen meer van het doen

Dat zie je terug in hoe ze leren, samenwerken en reageren op jou als leerkracht. Wat zo helpend is: je kunt deze bril ook opzetten als je naar je groep kijkt.

Autonomie; de mentale centrering

Als autonomie op de voorgrond staat

In sommige groepen zie je kinderen die het liefst zelfstandig werken. Ze lezen liever zelf, denken eerst na waar iets op uit moet komen en gaan dan pas aan de slag. Overleggen in groepjes kost hen vaak meer energie dan het oplevert. Rust en overzicht helpen hen om zich te concentreren.

In zo’n groep zie je soms dat kinderen al beginnen voordat jij klaar bent met uitleg. Of dat ze afhaken als het te lang duurt. Niet omdat ze ongeïnteresseerd zijn, maar omdat ze het liever zelf doen. Op hun manier. In hun tempo.

Als je dat herkent, snap je ook waarom veel praten en weinig eigen ruimte spanning kan geven.

Relatie; de emotionele centrering

Als relatie voorop staat

In andere groepen zie je juist veel verbinding. Kinderen zoeken elkaar op, willen delen en afstemmen. Leren voelt fijner als je het samen doet. Niet alles hoeft meteen perfect. Het gaat om het proces. Deze kinderen vertellen soms niet direct wat ze écht vinden, omdat ze de ander niet willen kwetsen. Ze draaien er een beetje omheen. Ze willen dat het goed blijft tussen hen en de ander.

In zo’n groep merk je vaak dat stilte lastig is. Dat kinderen blijven praten en reageren. Niet om te storen, maar omdat verbinding voor hen een eerste ingang is. Pas als dat emmertje gevuld is, ontstaat er ruimte om te werken.

Competentie: de fysieke centrering

En dan zijn er groepen waarin kinderen vooral aan de slag willen. Ze willen weten wat de bedoeling is en dan dóór. Liever niet te lang luisteren, maar ervaren. Dingen afmaken geeft rust. Je ziet dat deze kinderen structuur nodig hebben. Weten waar ze aan toe zijn. Wat eerst komt en wat daarna. Als dat verandert of onduidelijk is, raken ze gespannen. Niet per se zichtbaar boos, maar wel onrustig van binnen.

Ze hoeven niet dat jij alles van hen weet, wel dat je helder bent. Dat je uitlegt hoe iets werkt en wanneer het goed is.

Wat er gebeurt als het schuurt

Ik begeleidde eens een groep waarin de leerkracht sterk was in instrueren en doorpakken. Korte uitleg, daarna zelfstandig werken. Dat werkte voor haar heel logisch. De groep had echter vooral behoefte aan contact en afstemming. Wat je zag: veel praten, van de plek lopen, elkaar opzoeken. De leerkracht ervaarde dit als: ze houden zich niet aan afspraken. Terwijl de groep eigenlijk zei: wij missen verbinding.

Niet fout. Geen onwil. Een mismatch.

Ik zag ook het omgekeerde. Een leerkracht die uitgebreid uitlegde en alles benoemde. Met aandacht voor iedereen. Een groot deel van de groep had het allang begrepen en was bijna klaar toen de uitleg afgerond was. Daarna ontstond onrust. Ze wilden verder, maar wisten niet wat. De leerkracht dacht: ze luisteren niet. De groep dacht: we willen dóór.

Wat verandert er als je dit ziet?

Op het moment dat je dit kunt plaatsen, verandert er iets. Niet omdat je ineens alles anders moet doen, maar omdat je anders kijkt. Je ziet dat gedrag niet tegen jou is. Je ziet dat onrust vaak een signaal is van een onvervulde behoefte. Dat vraagt geen grote ommezwaai. Vaak zijn het kleine aanpassingen:

  • iets meer ruimte voor overleg
  • of juist iets korter uitleggen
  • eerder laten starten
  • duidelijker afronden
  • bewust kiezen waar je vertraagt en waar je tempo maakt

Kijken naar je groep als geheel

Wat ik leerkrachten vaak meegeef, is deze vraag:
Wat laat deze groep mij zien, los van individuele kinderen? En als je dat eenmaal ziet, wordt het vaak rustiger. In je hoofd. In je handelen. En meestal ook in de groep.

Dat is wat kijken door de bril van Human Dynamics kan brengen. Geen labels. Geen oordeel. Wel begrip. En richting.

Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button: