De laatste fase van het jaar is aangebroken. En met deze warmte echt niet altijd een pretje moet ik zeggen. Je merkt dat kinderen dan toch nét wat minder van elkaar kunnen hebben. En dan is er ook nog die gymles waar je een kwartier heen en een kwartier terug moet lopen in de snikhete zon.

 

Eén jongen vond het lastig om rustig in de rij te blijven. En om verder gedoe te voorkomen, vroeg ik hem om naast mij te komen lopen. Dat vond hij een goed idee. Toevallig liep daar ook het nieuwe meisje uit deze groep die ik begeleid om meer rust in de klas te krijgen.

Ze was een paar weken geleden ingestroomd. Midden in de adjourningfase, je weet wel, die laatste, wat chaotische weken van het schooljaar, waarin iedereen bezig is met afscheid nemen, cito’s maken en toeleven naar de zomervakantie. Niet echt het makkelijkste moment om ergens nieuw te beginnen. Maar ja, sommige dingen heb je nu eenmaal niet in de hand.

Ik zag haar twee weken terug ook Ze was stil en afwachtend. Ik zag aan haar blik dat ze dacht: wat moet ik in deze groep doen om er ook bij te gaan horen? Tijdens het lopen hadden we het over het warme weer én over de vakantie. En toen zei ze dat ze naar Turkije ging, naar haar familie.

De jongen naast haar keek op. “Oh, heb jij ook familie in Turkije dan?”
“Ja!”
“Oh! Ik ook!”

En ineens hoefde ik niks meer te doen. Ze hadden ineens spontaan een écht gesprek. Over familie in Turkije en waar ze dan woonden. En wat ze er gingen doen. Een meisje dat vóór hen liep ving iets op en haakte aan. En op de terugweg waren er steeds meer kinderen die het gesprek met haar aangingen. Want… ineens was er interesse vanuit beide kanten!

Ik zag het meisje binnen no-time helemaal opbloeien. Ze was niet meer afwachtend, maar trots en blij. Alsof ze dacht: hé, ik heb nu eindelijk iets gevonden waarmee ik een plek in de groep krijg.

Een plek in de groep krijgen…

…. gaat niet vanzelf. Zeker niet als je nieuw bent. En zeker niet aan het einde van het jaar, als de groep al lang weet wie bij wie hoort. Wat dit meisje nodig had, was niet een welkomstposter of een tafelmaatje. Ze had iemand nodig die iets van haarzelf ontdekte. Een oh, jij ook?-moment.

Dat is precies wat kinderen verbindt: niet dat ze naast elkaar zitten, maar dat ze iets met elkaar gemeen hebben en in elkaar herkennen. En als leerkracht kun je ze helpen die verbinding te laten ontstaan.

Herken je het?
Wat kun jij morgen doen?

1. Geef het nieuwe kind een podium ook nu nog
Een nieuw kind in de laatste weken van het jaar verdwijnt makkelijk in de drukte. Plan een klein moment in waarop het kind iets over zichzelf mag vertellen. Maar ook de andere kinderen uit jouw groep. Niet als presentatie, maar gewoon: “Vertel eens, wat vind jij eigenlijk het allerleukst om te doen?” Laat de klas reageren. Verbinding ontstaat vaak via de kleinste overeenkomsten.

2. Zoek bewust naar gedeelde raakvlakken
Weet je iets over het nieuwe kind? Koppel het bewust aan een klasgenoot die iets soortgelijks heeft. Dezelfde hobby, hetzelfde land van herkomst of misschien de favoriete voetbalclub. Je hoeft het niet heel groot te maken. Een opmerking die je tussendoor maakt, is soms genoeg om een gesprek op gang te brengen.

3. Geef complimenten in het zicht van de groep
Als je het nieuwe kind hardop complimenteert, voor de klas, of onderweg naar de gym, dan geef je de groep eigenlijk een signaal: dit kind doet het goed, dit kind hoort bij ons in de groep. Dat klinkt klein, maar de groep pikt dat op.

Want dit vergeten we soms

De adjourningfase vraagt om afscheid. Maar juist dan kunnen kinderen nog iets leren: hoe je iemand een plek in de groep geeft, ook als het schooljaar bijna voorbij is. Het meisje bloeide op in een rij naar de gym. Gewoon door één gesprekje, op het juiste moment. En dat op een warme vrijdagochtend in juni.

Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button: