Vorige week was ik op observatiedag bij een school en ik dacht: hier ga ik een blog over schrijven. Wat was het geval? Bij de ene groep 1-2 las de juf een prentenboek voor tijdens het eten en drinken. Het boek in haar handen en eigenlijk de hele tijd oogcontact met de kinderen. Ik zag kinderen die hé-le-maal in het verhaal zaten. Stil, geboeid, meekijkend met wat er op de bladzijde gebeurde. En het mooie was: de juf hoefde bijna niets te corrigeren. Geen “kijk eens even hier” of “zullen we nu weer luisteren.” Dat was gewoon niet nodig. Het contact tussen haar en de groep deed het werk. Het ging als vanzelf.
Daarna liep ik een andere groep binnen. Nagenoeg hetzelfde prentenboek, alleen nu niet met het boek in de hand, maar met de platen in een PowerPoint op het digibord. En ik zag iets heel anders gebeuren. Waar de juf naar het scherm keek, om te weten welke plaat er kwam of om iets aan te wijzen, verloor ze het contact met de groep. En zodra dat gebeurde, zag je het meteen: kinderen die aan elkaar gingen friemelen, wiebelen, stiekem van plekje ruilen. Keek ze weer weg naar het bord, begon het weer opnieuw.
Hetzelfde verhaal, een heel ander soort betrokkenheid
Ik vond het echt interessant om te zien: Twee groepen, bijna hetzelfde verhaal en toch een compleet ander beeld. Wat volgens mij de doorslag gaf, was niet het verhaal. Het was waar de aandacht van de juf naartoe ging. Bij de eerste groep ging die naar de kinderen. Bij de tweede groep ging die, telkens weer even, naar het scherm.
En dat is precies een van de signalen waar je betrokkenheid aan herkent: oogcontact, houding, gezichtsuitdrukking. Niet alleen van de kinderen naar jou, maar ook van jou naar hen. Betrokkenheid ontstaat namelijk niet vanzelf bij een kind. Die ontstaat in het contact. En op het moment dat jij als leerkracht even “weg” bent, omdat je naar een scherm kijkt in plaats van naar je groep, voel je dat kinderen dat contact ook meteen kwijt zijn. Dan gaan ze zelf op zoek naar iets om aandacht aan te geven. En dat is meestal aan elkaar. 😉
Een digibord als een magneet
Wat ik ook interessant vind: zodra dat digibord aan staat, trekt het gewoon aandacht. Of het nou een prentenboek is of een rekenopdracht, het scherm licht op en kinderen kijken ernaar. Logisch eigenlijk. Het beweegt, het licht, soms komen er nog onverwachte geluiden voorbij (lees: een mailtje komt binnen). Maar dat betekent ook dat jij als leerkracht, op dat moment een beetje concurreert met je eigen hulpmiddel. En de balans slaat dan al snel door: niet de kinderen zijn betrokken bij jou en bij elkaar, maar bij het bord.
Dat sluit ook aan bij iets wat ik tegenkwam over het gebruik van digiborden in de klas: hoe meer een leerkracht letterlijk naar het scherm gericht staat, om het te bedienen, hoe minder aanwezig diegene wordt in de rest van het lokaal. Dat vraagt dan weer om extra correctie, precies zoals ik het die tweede groep zag gebeuren. Niet omdat het digibord een slecht hulpmiddel is, maar omdat het, onbewust, iets weghaalt wat eigenlijk het belangrijkste is: het contact tussen jou en je groep.
Een routine die hierbij helpt
Zo kwam ik voor de zomer nog in een andere klas, waar de leerkracht zichzelf een simpele routine had aangeleerd: als ik het digibord niet nodig heb, zet ik hem op zwart. En ook daar zag ik weer diezelfde betrokkenheid terug die ik bij die eerste groep zag. Kinderen die op de leerkracht gericht waren, in plaats van op het bord.
Dat is denk ik ook precies waar het om gaat. Het digibord hoeft niet de klas uit. Maar het hoeft ook niet altijd aan. Het is, net als een prentenboek voorlezen of een wisbordje gebruiken, gewoon een kwestie van bewust kiezen wanneer je het inzet en wanneer niet.
Dus als je met je groep de afspraak hebt, of wilt gaan maken, dat je naar elkaar luistert, dat je een goede luisterhouding hebt, kijk dan ook eens naar wat er in je lokaal allemaal om aandacht vraagt. En vraag jezelf af: heb ik dat digibord nu eigenlijk wel nodig? Zo niet, zet hem dan gewoon even op zwart. Je zult zien dat die aandacht dan vanzelf weer naar jou toe komt.
Een paar dingen om zelf uit te proberen
Zet het bord standaard op zwart als je het niet gebruikt.
Maak er een vaste gewoonte van, net zoals je de deur dichtdoet als je de klas verlaat. Eén druk op de knop, en er is meteen minder concurrentie voor jouw aandacht.
Ga tijdens je instructie vóór de groep staan, niet ernaast.
Zodra je zelf opzij staat om het bord te bedienen, ben je met je hoofd bij het scherm in plaats van bij de kinderen. Ga liever in het midden staan, gericht op de groep, en bedien het bord alleen even kort ertussendoor.
Gebruik het bord om samen te dóén, niet om samen te kijken.
Laat kinderen om de beurt iets aanwijzen, aantikken of aanvullen. Zodra ze zelf iets doen met het bord, verschuift het van “ernaar kijken” naar “erbij horen.”
Hou het kort en gericht, in plaats van lang aan.
Een paar seconden of minuten gericht gebruik, gevolgd door gesprek of een activiteit, werkt beter dan een filmpje of dia lang laten lopen. Hoe langer het aan staat, hoe meer het gaat trekken.
Spreek met je groep af wanneer het bord aan mag en wanneer niet.
Net als bij een luisterhouding of een andere klassikale afspraak, helpt het als kinderen weten: dit is een moment waarop we naar het bord kijken, en dit is een moment waarop we naar elkaar kijken.
Heb jij zelf ook zo’n digibord-routine, of juist een heel andere ervaring? Ik ben benieuwd, laat het gerust weten in de reacties.
Wil je hier meer over lezen? In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken.
Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button:

