Afgelopen week kreeg ik een mailtje van een leerkracht van een groep 8 waar ik het afgelopen half jaar samen mee aan de slag ben geweest. Na een paar jaar met veel wisselingen in de groep, was de groep elkaar kwijtgeraakt. Niet een beetje kwijt, nee heel veel kwijt. De school gunde de kinderen een fijn jaar in groep 8, zodat de laatste herinneringen aan hun basisschooltijd positief zouden zijn.

 

Dus hebben we volop ingezet op groepsvorming (lees: elkaar écht leren kennen), regie op gedrag en een gezamenlijk doel. Kortom: rust krijgen in een groep die daar hard aan toe was. Je herkent het proces vast wel: het gaat met pieken en dalen en wat hobbelig. Er waren momenten dat ik contact had met de leerkrachten en we hoop zagen gloren aan de horizon, ook als ik in de klas kwam had ik vaak het gevoel van Yes! we gaan de goede kant op. Maar… er waren ook momenten dat we met z’n drieën dachten: Sh*t, we dachten dat het lekkerder liep. En ja, dat is groepsvorming. Dat gaat niet altijd in een alleen maar stijgende lijn.

Een mailtje over het schoolkamp

De groep ging samen op kamp met de andere groep 8. Vóór kamp had een aantal kinderen uit “mijn” groep laten weten dat ze niet wilden blijven slapen. Of überhaupt niet meegingen. Op je twaalfde, vaak puberend, denken kinderen: ik bepaal heus zelf wel of je een nacht buiten mijn eigen bed wil doorbrengen, met muggen, gesnurk van een klasgenoot en een meester of juf die om elf uur nog steeds “stil nu!” roept.

Maar… aan de andere kant. Toen ik nog op school werkte, ging ik vanaf het moment dat ik slaagde voor de Pabo eigenlijk ieder jaar mee op kamp met groep 8. Nou ja, mee mógen, joepie! Als leerkracht op kamp wil je eigenlijk maar één ding: dat iedereen meegaat.

Zo ook bij deze groep

Maar wat gebeurde er op de eerste avond? Er werden er alsnog luchtbedden gebracht! De kinderen die hadden aangegeven niet te willen blijven slapen, wilden er toch bij zijn. En er waren kinderen die “ziek” thuis zaten. Ook zij kwamen alsnog naar kamp. De leerkracht schreef: “Zo is de groep écht compleet.”

Dat zinnetje bezorgde mij kippenvel op mijn armen. Niet omdat het een wonder is dat kinderen naar kamp willen, want gelukkig willen de meesten dat wel. Maar omdat het iets laat zien over wat er gebeurt wanneer je kinderen (en jezelf als leerkracht) niet vastzet in een eerder “nee”.

Waarom een “nee” niet het einde van het verhaal is

Ik werk vaak vanuit Deep Democracy en een van de dingen waar ik me bewust van ben, is hoe serieus je een “nee” moet nemen. Niet als iets om te overtuigen of als kritiek, maar als informatie. Een kind dat zegt “ik wil niet blijven slapen” zegt iets over de situatie. Misschien over spanning: “Een nachtje op een wildvreemde plek slapen. Wil ik dat wel?” Misschien over onzekerheid: “Kan ik me veilig voelen bij deze groep?” Misschien gewoon over voorkeur: “Ik slaap gewoon het liefst in mijn eigen bed, thuis.”

En die laatste herken ik maar al te goed. Ik weet nog mijn eerste scoutingkamp. Pap had mij gebracht en in eerste instantie vond ik het allemaal prima…. totdat ik de slaapzaal zag. Door een simpele “Als het echt niet lukt, kom ik je halen. Beloofd!” had ik een positieve eerste ervaring met op kamp zijn. En vanaf dat moment was kamp een feest!

Een “nee” is een moment-opname, geen contract voor de eeuwigheid

Wat ik denk dat hier gebeurde: doordat deze groep het afgelopen half jaar heeft geoefend met veiligheid, met erbij mogen horen zonder dat het moet, ontstond er ruimte om die “nee” later gewoon te herzien. Niemand hoefde gelijk te krijgen. Niemand werd overgehaald. Het kind mocht zelf, op het laatste moment, alsnog “ja” zeggen. En dat gebeurde.

En hier wordt het pas echt leuk: die keuzevrijheid werkte blijkbaar aanstekelijk. Op het moment dat de andere groep zag dat er kinderen waren die ineens tóch bleven, tóch kwamen ondanks een eerder duidelijke ‘nee’, veranderde er iets in de sfeer van het hele kamp. Rust en keuzevrijheid zijn namelijk besmettelijk en dat in positieve zin. Twee groepen die niet eens hetzelfde traject hadden doorlopen, profiteerden allebei van dezelfde open sfeer.

De balans tussen structuur en autonomie

Dit is precies het verschil wat ik vaak zie gebeuren: groepsvorming draait niet om zoveel mogelijk regels en kaders opleggen. Het gaat om genoeg structuur bieden dat kinderen zich veilig genoeg voelen om zelf een keuze te durven maken. En…. dat die keuze later ook nog aangepast mag worden.

Ik snap dat je in de laatste weken zit. Of misschien heb je zelfs al vakantie. Dan is het misschien een idee om volgend schooljaar uit te proberen:

1. Zet een T-kaart in voor “ruimte geven aan een nee”
Je kent de T-kaart vast wel vanuit gedrag zichtbaar maken: “ik zie / ik hoor”. Gebruik ‘m hier ook. Aan de ene kant: hoe ziet het eruit als een kind zich veilig genoeg voelt om “nee” te zeggen? (Bijvoorbeeld: rustig aangeven, niet wegkruipen, gewoon hardop zeggen wat het niet wil.) Aan de andere kant: hoe ziet het eruit als een kind later terugkomt op die “nee”? Door dit concreet te maken, ga je het ook sneller zien gebeuren en kun je het benoemen op het moment zelf.

2. Houd een zin achter de hand voor als een kind terugkomt op een “nee”
Iets simpels als: “Fijn dat je dat nu wel wilt. Je hoefde niet per se.” Geen “zie je wel, was toch leuk!” dat maakt de eerdere “nee” een soort van ongeloofwaardig. Dan voelt een kind zich eerder betrapt in plaats van vrij. De kunst is om er zonder kritiek een antwoord op te geven.

3. Zeg het hardop, in de groep
Het aanstekelijke effect dat op kamp gebeurde, de ene groep die de andere zag opbloeien, kun je zelf ook inzetten. Benoem in de klas (kort, geen preek) wanneer je ziet dat kinderen elkaar meenemen in rust of in een positieve keuze. “Ik zag dat jullie er samen voor kozen om…” Kinderen leren minstens zoveel van elkaar als van jou.

Oh ja, en….

…..Je hoeft niet te wachten op een kamp om dit te zien gebeuren. Ga eens op zoek naar situaties wanneer een kind terugkomt op een eerdere “nee” en geef het de ruimte om dat zonder gezichtsverlies te doen. Dat is het moment waarin je terugziet wat maanden aan groepsvorming heeft opgeleverd. Niet in een cijfer, maar in een luchtbed dat er ’s avonds ineens toch bij ligt. wink

Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button: