Ik zat afgelopen week achterin een groep 8 tijdens een rekeninstructie met wisbordjes. Doodgewoon moment, dacht de leerkracht ook: groep acht, die werken al jaren met een wisbordje, dat kunnen ze wel. Nou…
Wat ik zag was een bonte verzameling aan eigen interpretaties. De één schreef de hele som op, de ander alleen het antwoord, weer een ander tekende het antwoord er al bij voordat de vraag goed en wel gesteld was. En dan was er het meisje voor mij. Die had haar bordje eerst helemaal zwart gekleurd met stift. Kwam er daarna achter dat dat niet zo handig was. Eerst met haar mouw eraf proberen te wrijven, toen met een likje spuug en uiteindelijk met de kneedgum erover. Terwijl dit allemaal gebeurde, ging de instructie gewoon door. Of eigenlijk: die ging aan haar voorbij.
In de nabespreking zei de leerkracht: “Ik had echt verwacht dat ze dit wel wisten.” En dat snap ik. Maar daar zit ‘m precies de crux. Ergens is dat wisbordje ooit geïntroduceerd. Maar er is nooit écht bij stilgestaan hóé je het gebruikt.
Vertellen is nog geen leren
En dat is denk ik precies waar het vaak misgaat. Je vertélt iets één keer en gaat er dan vanuit dat het beklijft. Maar een routine, zoals hoe je een wisbordje gebruikt, hoe je de klas binnenkomt of hoe je van de kring naar je tafel loopt, is een vaste reeks handelingen die je aanleert zodat kinderen er niet meer bewust over hoeven na te denken. Net als tandenpoetsen.
Vertel je een routine alleen, dan gebeurt er van alles. Behalve wat je hoopte. Sommige kinderen snappen het en doen het. Anderen snappen het half, en doen ook half wat je bedoelde. En een enkeling snapt er niets van en doet gewoon zijn eigen ding. Zoals dat wisbordje dus. Alleen wanneer je een routine ook écht onderwijst, dus voordoet, laat oefenen, benoemt als het goed gaat en blijft herhalen, wordt de kans groot dat hij ook echt gaat beklijven.
Waarom ik zo van routines hou
Ze zorgen dat kinderen niet meer hoeven na te denken over waar hun jas heen moet of hoe ze om een potlood vragen. Die ruimte in hun hoofd komt vrij voor waar het werkelijk om gaat. En kinderen die precies weten wat er van hen verwacht wordt, voelen zich veiliger. Ze hoeven niet te gokken, niet af te wachten wat er gebeurt als ze het net anders doen dan bedoeld. Dat is dus niet saai. Dat is gewoon rust.
Een paar routines die het proberen waard zijn
Mocht je zelf willen kijken waar er in jouw klas nog tijd weglekt, dit zijn er een paar die ik veel tegenkom.
Een vraag beantwoorden.
Kies je altijd wie zijn vinger opsteekt, of ook weleens willekeurig? Zelf ben ik een voorstander van een combinatie. Kinderen mogen hun vinger opsteken, maar ook kies je als leerkracht zelf wie de beurt krijgt, zonder uitzondering. En ook de afwisseling met beurtstokjes. Zo blijft iedereen bij de les en mag enthousiasme ook gewoon gezien worden.
Wisselen van activiteit.
Misschien wel de grootste tijdslek van de dag. Spreek een vast signaal af waarop iedereen overschakelt en een tijd waarbinnen dat gebeurt. Zelfs de meest ijverige leerlingen negeren die overgang soms compleet, simpelweg omdat ze nog helemaal in hun vorige taak zitten. Meen het dus ook echt, als je zegt dat het tijd is. Afgelopen week zag ik trouwens een voltreffer: De leerkracht zetten een liedje op ‘Duurt te lang’ met Davina Michelle. Volgens mij hadden de kinderen de boodschap niet door, maar… hielden zich wel keurig aan de tijd om op te ruimen en hun spullen te pakken.
Praten en luisteren.
Leer expliciet welk signaal betekent dat er gepraat mag worden, en welk signaal betekent dat het weer stil moet zijn. Laat ook zien wat luisteren fysiek betekent: je naar voren richten, je pen neerleggen. Dat lijkt vanzelfsprekend. Voor kinderen is het dat vaak niet. Aangezien je nog volop in de normingfase (de zo-doen-we-het-hier) zit, is het ook goed om samen met de kinderen het signaal te bepalen. Wat vinden zij handig? Wanneer kunnen zij het snelst stil zijn? Een belletje? Hand omhoog? Een ander geluid?
Net als bij een goede chef-kok
Gedragsexpert Tom Bennett vergelijkt dit soort kleine routines weleens met het snijden van een ui. Niemand wint er ooit een prijs mee. Maar honderden van dit soort kleine, alledaagse handelingen samen, dat is precies wat volgens hem een goede chef-kok maakt. En het is ook precies wat een goedlopende klas maakt.
Dus mocht jij deze week ergens tegen je eigen wisbordjesmoment aanlopen… geen reden om te schrikken. Herken jij dit trouwens ook, dat je denkt dat iets vanzelfsprekend is, tot je ziet dat het dat helemaal niet is? Het is vooral een mooi signaal om die ene routine nog eens écht te onderwijzen, in plaats van hem als bekend te veronderstellen.
Wil je daar praktische handvatten en inzichten bij? Pak dan mijn boek Van onrust naar rust erbij: daarin lees je hoe je van jouw klas een groep maakt.
Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button:

