De laatste weken heb ik een paar telefoontjes gehad van intern begeleiders en directeuren. En in die gesprekken hoor ik steeds ongeveer dezelfde zin:

“Het gaat eigenlijk nog wel… maar we merken dat het steeds wat onrustiger wordt in de groep.” En steeds vaker hoor ik: “We willen er liever nu al naar kijken, voordat het echt vastloopt.”

Gek misschien, maar van zulke telefoontjes word ik altijd een beetje blij. Niet omdat er iets speelt in een groep. Maar omdat een school op tijd kijkt. Want eerlijk is eerlijk: vaak word ik pas gebeld wanneer het al mis ís. Wanneer de leerkracht denkt: zo kan het eigenlijk niet langer en het water aan de lippen staat.

 

Tijdens die gesprekken valt mij nog iets op. In veel van die groepen zijn in het jaar ervoor, of soms zelfs in meerdere jaren, veel wisselingen van leerkrachten geweest. Een leerkracht die uitviel. Een collega die met verlof ging. Een invalkracht. Nog een invalkracht. En daarna weer een nieuwe leerkracht. Voor volwassenen al niet altijd makkelijk. Laat staan voor een groep kinderen.


Wanneer een groep gaat wankelen

Een klas lijkt soms een beetje op een mobiel boven een babybedje. Alles hangt met elkaar samen. Wanneer één onderdeel beweegt, beweegt de rest mee. En wanneer een groep meerdere keren van leerkracht wisselt, raakt het systeem een beetje uit balans. Kinderen weten opnieuw niet precies waar ze aan toe zijn. Want: Wie heeft de leiding? Wat zijn de regels? Wat mag wel, wat mag niet? En gaat het hetzelfde als bij de andere meester of juf?

Ik weet nog toen ik een aantal jaren samen met een duo-collega een kleutergroep had, we een jongen in onze groep hadden die het überhaupt lastig vond om twee juffen te hebben. Op de dagen dat ik als teamleider op de school aan het werk was, werd hij regelmatig door mijn duo naar mijn kantoor gebracht. Dan had ‘ie een boze bui en kwam bij mij afkoelen. Als ik dan vroeg wat er aan de hand was, antwoordde hij al stampend: “Ik wil geen juf met bruine haren. Ik wil alleen maar een juf met blonde haren!”
Nu moet ik zeggen dat wij echt super op één lijn zaten, mijn duo en ik. Maar toch deed zij bij hem blijkbaar nét iets anders dan ik.

Elke andere of nieuwe leerkracht brengt namelijk ook iets nieuws mee: een andere manier van praten, andere verwachtingen, andere grenzen. Voor sommige kinderen is dat prima. Maar voor veel kinderen ontstaat er onduidelijkheid. En door onduidelijkheid gaat een groep zoeken naar grenzen, naar posities en invloed. En zo kan een groep langzaam gaan wankelen. Meestal is dit niet meteen zichtbaar, maar onder de oppervlakte gebeurt er al van alles.

 

Waarom op tijd aan de bel trekken zoveel verschil maakt

In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt beschrijf ik dat elke groep een proces van groepsvorming doorloopt. Dat is een proces wat gedurende het hele jaar blijft. Het stopt niet na een vakantie, het stopt niet ergens in maart. Sterker nog: wanneer er wisselingen zijn geweest, begint dat proces vaak gewoon opnieuw.

Kinderen moeten dan opnieuw ontdekken:

  • Wie hoort bij wie?
  • Wie heeft invloed?
  • Wat zijn de normen in deze groep?
  • Wat mag hier wel? Wat mag hier niet?

Als je dat weet, ga je anders kijken naar gedrag. Onrust is dan niet meteen een probleem. Het is vaak een signaal. Een signaal dat een groep opnieuw richting nodig heeft.

 

Wat helpt bij een groep die wankelt?

Wat ik vaak samen met een leerkracht doe, is eigenlijk teruggaan naar de basis. Niet ingewikkeld, maar wel belangrijk:

1. Duidelijkheid scheppen in regels en routines
Kinderen hebben houvast nodig.
Hoe kom je binnen?
Wat doe je als je iets wilt vragen?
Hoe werk je samen?
Hoe lossen we iets op als het misgaat?
Hoe ziet een fijne lesovergang eruit?

Dat soort routines lijkt misschien klein. Maar ze geven een groep rust.

2. Werken aan groepsvorming
Daarnaast is het minstens zo belangrijk om te investeren in de groep zelf.
Wie zijn wij eigenlijk met elkaar?
Wat voor groep willen we zijn?

We werken vanuit een groepswens of groepsmissie en gezamenlijke afspraken. Geen regels die de leerkracht alleen bedenkt, maar afspraken waar kinderen zelf over mee hebben gedacht. Kinderen willen namelijk heel graag bij een fijne groep horen. Als je ze daar bewust bij betrekt, ontstaat er iets moois: betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

3. Het gedrag zichtbaar maken
Een afspraak als we zijn aardig voor elkaar zegt nog weinig. Maar wanneer kinderen samen bedenken wat dat betekent, wordt het concreet.

Wat zie je dan? Wat hoor je dan?

Na deze drie eerste stappen is dit vaak het moment waarop het proces begint te veranderen. Van losse individuen…naar een groep. Van grenzen opzoeken naar duidelijkheid. Van onrust naar rust.

Wachten tot het misgaat?

Soms zeggen scholen tegen mij:
“Het valt eigenlijk nog wel mee hoor.”

En dat kan best kloppen. Maar juist dan kan een kleine stap al veel verschil maken. Want wanneer je wacht tot een groep echt vastloopt, moet je vaak eerst veel herstellen. Terwijl je met een beetje aandacht eerder in het proces soms al genoeg hebt aan:

  • opnieuw duidelijkheid creëren
  • het groepsproces zichtbaar maken
  • kinderen betrekken bij hoe ze samen willen zijn

En eerlijk gezegd… dat werkt een stuk fijner. Voor de leerkracht, voor de kinderen en voor de sfeer in de groep.

Dus als je merkt dat een groep een beetje begint te wankelen? Zie het als een kans: Niet harder gaan werken, maar samen even kijken:

Wat heeft deze groep nu nodig om weer een echte groep te worden? En wat heb ik als leerkracht nodig om weer fijn met deze groep te kunnen werken?

 Wat heb ik toch mooi werk! En eerlijk gezegd voelt het vaak niet eens als werken, maar als mijn missie.

Wil je hier meer over lezen?
In mijn boek Van onrust naar rust – Hoe je van jouw klas een groep maakt geef ik je volop inspiratie, voorbeelden en praktische werkvormen om van jouw klas een hechte groep te maken. Nieuwsgierig? Klik dan even op de onderstaande button: